Ik zeg, loslaten

Ik stap weer in en zodra ik achter het stuur zit, lijkt de auto een verlengstuk van mijn lichaam.  

Staan de achteruitkijkspiegels goed afgesteld?
De vooruitkijkspiegel staat al op scherp.
Starten maar.
Ik rijd achteruit het parkeervak uit maar het wil niet, iets lijkt in de weg te zitten.

Hè, waarom bok je?

Ik stap uit.
Misschien ligt er iets achter de wielen, een steen, een tak, een verdwaalde verkeersdrempel?
Niets.
De weg is vrij.
Vreemd.

Bij een volgende poging druk ik steviger door en hortend en stotend rijd ik de weg op. Lachend steek ik mijn hand op, als excuus naar de wachtenden achter mij.
Alsof ik zelf ook begrijp wat hier gebeurt.

Wat doet mijn linkervoet toch bij de rem?
Verwarrend.

Later die dag, bij vertrek voor de terugreis, is het weer hetzelfde liedje. De auto sputtert, ik sta half dwars op de weg en houd mensen op die blijkbaar wel weten hoe het werkt.

“Ja, genoeg nu!” 

Witheet licht het dashboard op.

“Niet gelijktijdig op het rem-en gaspedaal trappen!

Is het inmiddels niet tot je doorgedrongen dat ik een automaat ben? Je schopt mijn systeem in de war. Ik ben ontworpen om soepel weg te rijden.”

Beschaamd, maar ook opgelucht zie ik eindelijk wat er gebeurt.

De auto is niet stuk.

Mijn linkervoet ook niet. Die doet gewoon nog steeds wat vroeger nodig was.

Alleen zijn de omstandigheden veranderd.

En blijkbaar heeft niemand hem dat verteld.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Na het plaatsen van een reactie moet deze eerst worden goedgekeurd voordat deze verschijnt.

Er zijn nog geen berichten achtergelaten, wees de eerste.