Vergeten woorden

Er kwam een man de winkel binnen waar ik op mijn beurt wachtte om een pakketje af te leveren. Hij liep moeizaam en zijn stok tikte op de vloer.
“Goedemorgen”, zei hij met luide stem.
Grapjas, dacht ik, want het was al laat in de middag.

Op de toonbank legde hij een marker neer, richtte zich tot de verkoper en zei: “pen, pen, pen, …..”. De verkoper keek hem verbaasd aan. “Pen, pen, pen, …” probeerde de man nog eens, maar de verkoper begreep hem niet. Na meerdere pogingen van de man om zich duidelijk te maken keek de verkoper mij aan. “Misschien wil hij de marker omruilen”, zei ik en meteen zag ik mijn fout in.  Huh? ging ik nu over zijn hoofd met de verkoper praten …? “Wilt u de pen omruilen?”, vroeg ik hem. De man keek mij aan en zei opgelucht: “ja, omruilen. Gek hè, ik kon er niet opkomen, in mijn hoofd weet ik het maar de woorden komen niet meer”. 

De verkoper liet hem het schap zien waar de pennen lagen en het volgende probleem diende zich aan.  Eén pen, één pen, … hij gesticuleerde verwoed met z’n handen. 
Uiteindelijk ging hij met vier blauwschrijvende pennen in zijn hand naar de toonbank. Hij wendde zich tot mij en zei nogmaals: “Gek hè, ik weet het wel maar het komt er niet uit …”. “Ja”, zei ik, “Vervelend, maar het is op dit moment niet anders”. 
“Nee”, zei hij.

Ik liep de winkel uit en had intens met hem te doen. Hoe moet dat zijn als je thuis denkt, ik ga even die marker omruilen voor een gewone balpen. Hij stapt de winkel binnen, doet zijn mond open en … de woorden zijn onvindbaar. Alsof je in een vreemd land staat waarvan je plotseling de taal vergeten bent, en ondanks verwoede pogingen begrijpt niemand je. 

Had hij zich dat van tevoren kunnen bedenken? Waar begin je dan aan? Het leek hem echter op dat moment te overvallen.

Thuis gekomen hield het voorval me nog een tijd bezig.
Hoe vaak had ik zo gestaan in een winkel. Ik wist wat ik wilde maar de woorden bleven steken in mijn keel. 

Zijn woorden kwamen niet …, mijn woorden kwamen niet …
Ogenschijnlijk hetzelfde probleem maar toch zo volkomen anders. 
Het overviel mij niet. Ik had mezelf thuis al voorgeprogrammeerd, door me voor te stellen dat ik een gevreesd woord niet kon zeggen, en mijn brein voerde dit gewoon uit. 

Er is niets mis met mijn spraakcentrum, ook niet met mijn spraakorgaan. De angst voor stotteren ontregelt de boel. Je houdt jezelf tegen.